woensdag 24 september 2014

0

Wachten is het hele leven

Philip Hoorne (°1964) – Wevelgemnaar sinds zijn geboorte – publiceerde de voorbije jaren vijf dichtbundels en een verhalenboek. Daarnaast stelde hij enkele bloemlezingen samen en was hij een tijdlang recensent, onder andere voor 'Knack'. Vorige maand verscheen een publicatie over zijn leven en werk die wordt op vrijdag 17 oktober voorgesteld in de bibliotheek.

Philip, hoe herinner je je schooltijd en je jeugdjaren in Wevelgem?
Het lot heeft mijn bedje in Wevelgem neergezet en ik ‘tsjool’ hier nog altijd rond. Wat mijn jeugdjaren betreft, tja, wat kan ik zeggen, die vlogen voorbij hé. De scholen die ik bezocht in Wevelgem waren de Gemeentelijke Basisschool in de Hoogstraat, schuin tegenover mijn ouderlijk huis, en het Sint-Pauluscollege. Terugblikkend mag ik gerust stellen dat ik prima onderwijs heb gehad, ook nadien in het college te Menen en in de Normaalschool – wat nu heet Hogeschool Vives – te Torhout.

Was je van kindsbeen af een grote lezer?
Ja, absoluut. Even belangrijk voor mijn ontwikkeling als het onderwijs dat ik genoot, was de openbare bibliotheek, indertijd gevestigd in de jongensschool vlakbij mijn deur dus. In het tragisch-hilarische verhaal ‘De pijnlijke warmte van een Cor Ria Leeman’ dat is opgenomen in ‘Het vlees is haar’ heb ik de belangrijke rol die het instituut bibliotheek in mijn jeugd vertolkte toegelicht. De bib gaf mij inzicht in het leven, fungeerde als een venster op de wereld en verschafte mij mondjesmaat een omvangrijke woordenschat.

Je studeerde in Torhout af als leraar Nederlands. Beïnvloedde die studie je liefde / passie voor literatuur en poëzie?
Ik was voorheen al een fervent lezer, maar eigenlijk las ik alleen maar verhalend proza en geen poëzie. Die klik met poëzie is er pas later gekomen. Het is vooral de beknoptheid van poëzie die mij aansprak en nog altijd aanspreekt, vermoed ik. Poëzie is ook het genre dat zich ophoudt in de marge van de literatuur en die positie bevalt mij wel.

Schreef je al toen je heel jong was of kwam dat pas later? Je officiële debuut kwam er pas toen je bijna 38 was.
In mijn jeugdjaren schreef ik wel eens wat, ik was best wel goed in opstellen schrijven, maar ik heb de stiel vooral geleerd al lezende. Als aanvulling op mijn leeshonger werden in de klas de grammatica- en spellingsregels onderwezen. Leesplezier en technische vervolmaking, dat is een goede basis voor een schrijverschap. Ik heb heel lang niet geschreven en dan ineens gutste het eruit. Vraag me niet hoe dit komt, er was geen plan, alles ging zoals het is gegaan.

Welk soort poëzie schrijf je? Zijn er thema’s die je bijzonder boeien?
Mijn poëzie spreekt veel mensen aan – dat krijg ik toch altijd weer te horen als ik ergens ga voorlezen – omdat ze begrijpelijk is maar toch ook intrigerend. Je raakt makkelijk in mijn gedichten, maar je raakt er niet altijd even makkelijk weer uit. Mijn thematieken zijn redelijk divers en komen zonder voorbedachte rade aangewaaid. Elk gedicht staat bij mij op zichzelf en elke nieuwe bundel is voor mij gewoonweg een nieuwe verzameling van individuele gedichten. Mijn beste gedichten zijn gedichten met een hoek af: geestig, spits, grimmig-grappig, vol relativering en zelfspot. Ik hoor en lees wel eens van recensenten en andere literair volk dat ik een unieke stem heb in het poëziewereldje en dat ik met geen enkele andere dichter te vergelijken ben. Ik vind dat een schoon compliment.

Welke dichters hebben je beïnvloed, of naar welke dichters kijk je op?
Ik heb geen favoriete dichters, wel favoriete gedichten. Een gedicht is voor mij een sterk gedicht als ik de aandrang voel om het na een eerste lezing meteen opnieuw te lezen, en nog eens en nog eens… Dat is voor mij de enige maatstaf. Heel subjectief natuurlijk.

Je bent wel eens in Nederland en je hebt er vrij veel succes. Kun je dat verklaren?
Al mijn boeken zijn uitgebracht door Nederlandse uitgeverijen, dat is op zich al een belangrijke factor. Laat me zeggen dat mijn poëzie eerst werd opgemerkt in Nederland en met een beetje vertraging ook in Vlaanderen. Men kan iets niet waarderen als men het niet kent en poëzie is nu eenmaal een nichekunst. Ik voel mij wel eens een missionaris. Telkens ik ergens optreed win ik zieltjes voor mijn werk. Als ik voorlees, kies ik altijd gedichten waar de luisteraar direct, op het moment zelf, iets aan heeft. Bij voorkeur put ik dan uit mijn schalkse repertoire. Niets is mooier dan door middel van de woorden van een gedicht een zaal te doen huilen van het lachen. Er is al genoeg serieusheid in de wereld, maar desalniettemin mogen we niet vergeten dat humor de overtreffende trap is van ernst. Wie humor bedrijft is een expert in de ernst. Wie mijn gedichten goed leest, stuit achter de joligheid niet zelden op een redelijk gecompliceerde werkelijkheid.

Op je 50ste verjaardag verschijnt een monografie over je leven en werk. Hoe zie je dat? Ben je er blij om?
Ja, ik ben er blij om. De monografie is geschreven door mijn goede dichtersvriend Paul Rigolle en het is een schitterend boekje geworden. Ik kijkt niet graag achteruit, maar als ik dan toch moet terugblikken op anderhalf decennium schrijverschap, dan kan ik alleen maar trots zijn op wat ik bij elkaar heb geschreven, in de eerste plaats de gedichten, maar ook de verhalen, artikels die her en der gepubliceerd zijn en heel wat recensies.

Heb je voor de nabije toekomst concrete schrijf / publicatieplannen?
In het voorjaar van 2015 verschijnt mijn nieuwe bundel ‘Kaas treft geen schuld tot het tegendeel is bewezen’. Net als mijn twee vorige bundels ‘Grootste Hits! De Jaren Nul’ en ‘Het is fijn om van pluche te zijn’ verschijnt deze ook weer bij Uitgeverij Van Gennep te Amsterdam.


'Wachten is het hele leven'
auteursmonografie over de Wevelgemse dichter Philip Hoorne
samengesteld door literair criticus Paul Rigolle
uitgegeven door de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers

Publieksvoorstelling op vrijdag 17 oktober in bibliotheek Ter Mote
Aanvang om 19u45
Iedereen is welkom, deelname gratis
Inschrijving vooraf vereist (056/433.540 of via mail)


SALADE

als je een salade bestelt wat krijg je dan?
juist ja sla
veel sla

onder die hoop sla verbergen zich een stukje kip of een dobbel-
steentje hesp een partje zongedroogde tomaat en in het beste
geval vijf pijnboompitten

maar het allesoverheersende ingrediënt van zo’n prijzige salade
blijft sla royaal veel ordinaire sla

er bestaan veel soorten sla
hoeveel dat wil je niet weten

de groene lappen op Google Earth waarvan u altijd dacht
dat het bossen en weiden waren – wel u dwaalt: het is sla
sla voor miljoenen salades per seconde wereldwijd

wee onze planeet als men alle sla op aarde rooien gaat
denk daaraan telkens u een menukaart openSLAat

(Philip Hoorne)

zaterdag 20 september 2014

0

Werf [3] : waar zijn we aan begonnen?

Er bloeit iets moois tussen die twee containers


In memoriam linoleum


Herken jij nog onze inkomhal?


Existentiële vraag


'Time to take the garbage out!'


Werk van de Japanse installatiekunstenaar Yoshitomo Kusama


Nek-aan-nekrace


"De drang om te vernietigen is ook een creatieve drang." - Bakoenin

vrijdag 12 september 2014

0

Werf [2] : door het plafond







maandag 8 september 2014

0

Werf [1] : hekkewerk

'Zijn ze al bezig?' is een vraag die we vaak krijgen. Bedoeld wordt: zijn de werkzaamheden aan de nieuwe bibliotheek al aan de gang? Bij het begin van het nieuwe schooljaar kunnen we daar eindelijk 'ja' op antwoorden! Een stuk van het park is officieel werf geworden.

Tijd voor een nieuwe vraag. 'Wanneer zullen ze klaar zijn?' Maar dat is voorlopig koffiedik kijken.




woensdag 27 augustus 2014

0

Babbel je mee?

Babbelen over boeken. Dat doet de Leesclub van de bib vijf keer per jaar. Telkens staat één boek centraal, maar het blijft niet bij dat ene boek. De Leesclub is vooral een behaaglijke plek waar mensen van gedachten kunnen wisselen over boeken en andere dingen des levens.

De deelnemers hebben vooraf een gekozen boek gelezen of wensen dat snel te doen. Een moderator leidt het boek in en de deelnemers vertellen wat ze ervan vonden. En op het eind gaat iedereen met een rist goede boekentips naar huis!

Iedereen is welkom, vooraf inschrijven is niet nodig.
De leesbijeenkomsten vinden plaats op woensdag (om 19u30) in de leeshoek van bibliotheek Ter Mote.
Je kan telkens vooraf een exemplaar van het boek vragen aan de onthaalbalie.

Leesprogramma 2014-2015

1 oktober
De stoel van Hemingway (Michael Palin)

Martin Sproale, 36 jaar oud en postbeambte in het ingeslapen, Engelse dorpje Theston, is bezeten van de schrijver Ernest Hemingway. Hij woont bij zijn moeder en is niet bepaald het type vlotte vent. Zijn leven verloopt jaar in jaar uit hetzelfde. Zijn levensdoel is het postkantoor en Ernest Hemingway. Zijn kamer is ingericht als klein Hemingway museum. De rust in het dorp wordt wreed verstoord door de komst van een buitenstaander, de nieuwe directeur van het postkantoor, jong, vlot en met grote plannen. Het postkantoor verandert in een moderne, onpersoonlijke, geautomatiseerde vesting, vol met computers en veiligheidsglas. Medewerkers worden ontslagen, Martin Sproale uiteindelijk ook. Gedurende het veranderingsproces verandert Sproale ook, soms is hij helemaal Hemingway en verricht heldendaden. In het dorp woont een Amerikaanse, zij schrijft een boek over de vrouwen in het leven van Hemingway vanuit feministische visie. Sproale en de schrijfster ontmoeten elkaar, krijgen een bijzondere relatie en gaan eenmaal met elkaar naar bed. Als de schrijfster het boek bijna klaar heeft, beseft ze dat de relatie van Hemingway en zijn vrouwen niet zo simpel was. Boeiende roman met prachtige karakters.

3 december
Langs de wegen (Stijn Streuvels)
Het verhaal van een eenvoudige paardenknecht uit West-Vlaanderen die na twintig jaar (onbewust) gelukkig zwoegen op een boerderij terugkeert op het kleine boerderijtje van zijn gestorven vader, daar trouwt, zes kinderen krijgt en na de dood van zijn vrouw tot diepe armoede en eenzaamheid vervalt. Ontroerende roman, vol beeldende natuurbeschrijvingen en een mooie karakteristiek van de landarbeiders uit die tijd (aan het begin van deze eeuw) die zonder morren ploeterden voor de eenvoudigste levensbehoeften. "In zijn vereiste soberheid, met de wreedheid die blijkt overal uit de gewone dingen, is het een werk geworden waar ik het meest van houd" (Stijn Streuvels).

4 februari
Met angst en beven (Amélie Nothomb)

Een Belgische vrouw werkt in 1990 voor een jaar in een Japans bedrijf in Tokio en wordt daar keer op keer vernederd door haar superieuren. Diverse biografische gegevens van de hoofdpersoon komen overeen met die van de schrijfster , zoals een verwijzing naar haar debuutroman uit 1992, 'Hygiène van de moordenaar'. Japans-Westerse cultuurverschillen, met name op het gebied van de arbeidsverhoudingen, worden niet al te diepgaand en met enige humor beschreven. Het beeld van de Japanner blijft wel wat steken in clichés. Deze roman werd in 1999 tegelijk met 'Anielka' van François Taillandier bekroond met de Prix de l'Académie française en is in Frankrijk een bestseller met 400.000 verkochte exemplaren. 

1 april
Oorlog en terpentijn (Stefan Hertmans)

Aan de hand van hem nagelaten memoires van zijn grootvader Urbain reconstrueert Hertmans in beeldrijke taal het leven van zijn grootvader die rond 1900 in armoede opgroeide in Gent. Hertmans verbindt op indrukwekkende wijze vroege jeugdervaringen van zijn grootvader met de latere, toen Urbain als jong soldaat hachelijke dagen en nachten in de loopgraven overleefde. Zo worden de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog aangekondigd met de beschrijving van een argeloze Urbain, die terecht komt in een oude gelatinefabriek, waar dierenkoppen worden gekookt. ‘Een zwarte stierenkop rolde tot tegen een tafelpoot. Meteen kropen de witte maden ertegenaan als een onstuitbaar leger dat uit een andere wereld naar hier was gestuurd om alles te bedekken en zich loos te vreten (...)’. Ook beschrijft Hertmans de transformatie van tijdgeest en stadslandschap, waarbij de schone natuur in vredestijd niets verraadt van het bloed en lijden dat de vruchtbare aarde opslorpte. Tegelijkertijd definieert de kleinzoon de afstand en de verwantschap met zijn grootvader.

3 juni
Woesten (Kris Van Steenberge)
Woesten, een West-Vlaams dorp vlakbij Ieper, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Een dochter van een smid leert een jonge dokter (uit gegoede familie) kennen en trouwt met hem. Zij raakt zwanger en baart acht maanden later een tweeling: een knappe zoon, Valentijn, en een mismaakt kind dat de vader weigert een naam te geven. Nameloos, zo wordt hij aangeduid. De jongen gaat gesluierd door het leven. Een gezinsdrama voltrekt zich en de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog breken los. De roman wordt vanuit verschillende perspectieven verteld, met een epische kracht en in een Vlaamse stijl die betovert. Via allerlei omwegen komen de broers ten slotte weer bij elkaar. Een onwaarschijnlijke erfenis valt hun ten deel en een catharsis volgt. Een onderhoudende en sympathieke roman!



dinsdag 19 augustus 2014

0

De Digidokter lost al je problemen op...!

Fatsoenlijke, welgemanierde burgers vloeken niet. Tenzij ze aan de pc plaatsnemen, want dan laten ze hun fatsoen toch wel eens varen. Het gebrek aan controle en zelfredzaamheid werkt frustrerend en drijft een mens soms tot wanhoop. Hoe kun je geholpen worden zonder dat je afhankelijkheid van externe hulp nog vergroot wordt?

Maak kennis met 'Digidokter'


Op maandelijkse basis zal de bib dienst doen als 'ict-helpdesk' of computerhulp. Een deskundige ict-medewerker geeft een uiteenzetting over recente ict-trends of nieuwe technologieën en aansluitend beantwoordt hij al je praktische en concrete vragen.

De Digidokter kun je één keer per maand consulteren in de leeshoek van de bibliotheek. Elke sessie begint met een korte lezing over een bepaald onderwerp, zodat de vragen wat gekanaliseerd kunnen worden. Na de uiteenzetting (10u-11u) volgt een 'spreekuur' (11u-12u) waarin je je eigen pc-vragen kunt stellen. Breng hiervoor gerust je eigen laptop, smartphone of tablet mee.

Anders dan bij de dokter is het niet de bedoeling dat wij jouw laptop of computer ter plaatse depanneren. De Digidokter helpt je wel op weg om de juiste diagnose te stellen zodat je het probleem zelf kan oplossen en in de toekomst soortgelijke problemen kan voorkomen.
Je kan ook vooraf je vragen doorsturen via dit formulier.


Praktisch


Een Digidoktersessie kost 3 euro en gaat telkens door op de vierde zaterdag van de maand, van 10u tot 12u, in Bibliotheek Ter Mote (Deken Jonckheerestraat 18).
Vooraf inschrijven is noodzakelijk.
Dat kan:
- aan de balie van de bibliotheek, telefonisch (056/433540) of via mail
- via het secretariaat van Vormingplus (www.vormingplusmzwe.be of 056/26.06.00)
Je kan je voor elke sessie afzonderlijk inschrijven.
Via de Digidokter Facebookpagina blijf je op de hoogte van interessante weetjes, tips en trucs!


Programma Digidokter 2014-2015


zaterdag 27 september
De beste apps voor je smartphone of tablet

zaterdag 25 oktober 2014
Pc-beveiliging en -onderhoud

zaterdag 22 november
Kies ik voor een pc, laptop of tablet?

zaterdag 20 december
Facebook, vloek of zegen?

zaterdag 24 januari
Haal meer uit je browser (Explorer, Firefox, Chrome)

zaterdag 28 februari
Smartphones: ook een slimme keuze voor jou?

zaterdag 28 maart
Draadloos op het web

zaterdag 25 april
Je leven organiseren met online tools

zaterdag 23 mei
Hoe je online identiteit bewaken?

zaterdag 27 juni
Gegevens veilig bewaren

Telkens van 10 tot 12 uur in Noodbib Ter Mote
Info en inschrijvingen: Bibliotheek Wevelgem
Digidokter is een initiatief van Bibliotheek Wevelgem en Vormingplus Kortrijk.


Het computeratelier van het LDC


Wie een vervelend computerprobleem heeft, kan ook terecht in de computerateliers van de lokale dienstencentra (LDC) in Wevelgem en Gullegem.
Op vaste momenten is er in het cafetaria van het LDC een computerspecialist die je helpt zoeken naar een oplossing bij ict-problemen.
Het gaat hier om kleine problemen die iedereen wel eens voorheeft: je pc werkt plots veel trager, je krijgt een bestand niet open, je toetsenbord geeft rare tekencombinaties op het scherm, je printer werkt niet meer. Dagdagelijkse dingen die je vertrouwde computergebruik hinderen of onmogelijk maken.
Het computeratelier wil geen inzicht of achtergrond bij nieuwe evoluties geven, maar je in een ongedwongen sfeer helpen om je computer vlotjes te blijven gebruiken.

Het computeratelier gaat door in het cafetaria. Breng eventueel je (opgeladen) laptop, gsm of tablet mee en je wordt geholpen om je probleempjes op te lossen.

Praktisch
Je vindt de computerateliers:
- elke eerste donderdag van de maand van 14u. tot 16u. in LDC Elckerlyc
- elke tweede en vierde maandag van de maand van 14u. u tot 16u. u in LDC Het Knooppunt

dinsdag 8 juli 2014

0

De Tour in Wevelgem, Wevelgem in de Tour

Op woensdag 9 juli rijdt de Ronde van Frankrijk door onze gemeente.
Voor een keer trekken de renners van het peloton de remmen niet dicht in de Vanackerestraat, maar rijden ze dwars door het centrum via de Lauwestraat in de richting van de kasseien van het noorden.
Wielerauteur Rudy Neve dook in de geschiedenis van de Tour en ging op zoek naar de Wevelgemse etappewinnaars.

In de eerste editie van de Tour, in 1903, was Julien Lootens de eerste Belg die op het podium stond. Het daaropvolgende jaar behaalde de Wevelgemnaar de eerste Belgische ritzege.
Later verzamelden drie andere Wevelgemse wielrenners nog negen ritoverwinningen. In 1944 werd Maurice Desimpelaere zonder het zelf te beseffen zelfs uitgeroepen tot virtuele eindwinnaar van de Ronde van Frankrijk.

Julien Lootens (1876-1942)

Julien Lootens was professioneel wielrenner tussen 1901 en 1921. Hij koos als wielernaam Samson, want in die periode koersten renners meestal niet onder hun eigen naam.
Samson presteerde sterk in Parijs-Roubaix en Parijs-Brest, maar maakte vooral naam en faam in de Ronde van Frankrijk. In 1903 was hij een van de drie Belgen aan de start van de allereerste Tour de France. Het werd een intrede langs de grote poort. Hij werd tweede in de vierde rit en werd zo de eerste Belg op het Tourpodium. Dat jaar werd hij zevende in de eindrangschikking.
Het jaar daarop werd er op grote schaal gefraudeerd in de Tour. Sommige renners legden een deel van het parcours zelfs af met de trein. In november werd Lootens aan de groene tafel met terugwerkende kracht uitgeroepen als winnaar van de etappe Marseille-Lyon. Het was meteen de eerste Belgische ritzege.
Julien overleed op 2 augustus 1942 en werd begraven op het kerkhof van Evere. Als pionier van de Belgische wielersport heeft hij, op een boogscheut van zijn geboortehuis, een plaats gekregen op de Wevelgemse wielermuur ‘Via Vanackere’.

Gaston Rebry (1905-1953)

Rebry is de meest tot de verbeelding sprekende Wevelgemse wielrenner. Hij fietste een palmares bijeen waar de meeste renners alleen maar kunnen van dromen. Zijn naam is vooral verbonden aan de klassieker Parijs-Roubaix. Hij won de wedstrijd drie keer (1931, 1934 en 1935) en werd de eerste Vlaamse ‘Monsieur Paris-Roubaix’. In 1934 slaagde hij er ook in om zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Nice op zijn erelijst te schrijven.
In de analen van de Tour de France vinden we de naam van Rebry vier keer terug als ritwinnaar (1928, 1929, 1931 en 1932). In 1929 was hij één dag drager van de gele trui en in 1931 werd hij vierde in het eindklassement.
Rebry was geboren in Rollegem-Kapelle, maar woonde van kindsbeen af in Wevelgem waar hij op nauwelijks 47-jarige leeftijd overleed. Hij was de eerste voorzitter van ‘Veloclub het Vliegend Wiel’ en ligt mee aan de basis van de oprichting van Gent-Wevelgem.

Maurice Geldhof (1905-1970)

Maurice Geldhof zag net als Cyriel Vanhauwaert, Jules Messelis en Maurice Desimpelaere het levenslicht in het Moorsleedse gehucht Slijpskapelle. Zijn bijnaam ‘Puuppe Visch’, erfde hij voor een deel via zijn grootmoeder, die Vervisch als familienaam had. Het tweede naamsdeel kreeg hij omdat hij voor, tijdens en na de wedstrijd wel eens een ‘puuppe’ opstak. Een foto met een lustig paffende Maurice Geldhof is te bewonderen in het wielerstaminee van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde
Driemaal maakte Maurice Geldhof deel uit van het Tourpeloton. Alleen in 1927 haalde hij het einde. Bovendien schreef hij de rit van Pontarlier naar Belfort op zijn palmares. Niettegenstaande dit gloriemoment op 12 juli 1927 is zijn naam niet meer dan een voetnoot in de wielergeschiedenis.

Maurice Desimpelaere (1920-2005)

Het volledig palmares van Maurice Desimpelaere wordt opgehangen aan zijn overwinning in Parijs-Roubaix (1944).
Met deze overwinning kwam hij meteen ook aan de leiding in Le Grand Prix Tour de France. Om in oorlogstijd de fakkel brandend te houden, werd er in 1944 op basis van een puntensysteem, toegekend aan negen Franse eendagswedstrijden, een soort van surrogaat-Tour de France gereden. Door de snel veranderende oorlogssituatie geraakte deze Grand Prix Tour de France echter niet verder dan Parijs-Roubaix. Zonder de gele trui om zijn lijf gehad te hebben, schreef Maurice  hierdoor  de virtuele Tour van 1944 op zijn naam.
Maurice Desimpelaere slaagde er in 1947 in om voor eigen volk Gent-Wevelgem te winnen, toen nog met aankomst op het vliegveld.

André Rosseel (1924-1965)

Rosseel was geboren in Lauwe maar kwam na zijn huwelijk in Wevelgem wonen. Net als Rebry slaagde hij erin om vier Tourritten te winnen.
Zowel in 1951 als in 1952, de enige jaren waarvoor hij een Tourselectie kreeg, lukte hij telkens een dubbelslag.
Zijn meest tot de verbeelding sprekende wieleroverwinning behaalde hij in 1951 toen hij in eigen gemeente met kleine voorsprong Gent-Wevelgem op zijn erelijst schreef. Rosseel, die als renner met zijn fiets duizenden gevaarlijk bochten en afdalingen genomen had, reed zich in 1965 op een onverklaarbare manier met zijn wagen te pletter tegen een elektrische verlichtingspaal in Rumbeke.


Ook in juli 1951 raasde de Tour de France door Wevelgem. De Algerijnse renner Abdelkader Zaaf verzamelde in alle Belgische gemeenten tussen startplaats Gent en de Franse grens alle premies in een heroïsche ontsnapping.

Lees meer over de Tourpassage in Wevelgem op woensdag 9 juli.