woensdag 24 september 2014

Wachten is het hele leven

Philip Hoorne (°1964) – Wevelgemnaar sinds zijn geboorte – publiceerde de voorbije jaren vijf dichtbundels en een verhalenboek. Daarnaast stelde hij enkele bloemlezingen samen en was hij een tijdlang recensent, onder andere voor 'Knack'. Vorige maand verscheen een publicatie over zijn leven en werk die wordt op vrijdag 17 oktober voorgesteld in de bibliotheek.

Philip, hoe herinner je je schooltijd en je jeugdjaren in Wevelgem?
Het lot heeft mijn bedje in Wevelgem neergezet en ik ‘tsjool’ hier nog altijd rond. Wat mijn jeugdjaren betreft, tja, wat kan ik zeggen, die vlogen voorbij hé. De scholen die ik bezocht in Wevelgem waren de Gemeentelijke Basisschool in de Hoogstraat, schuin tegenover mijn ouderlijk huis, en het Sint-Pauluscollege. Terugblikkend mag ik gerust stellen dat ik prima onderwijs heb gehad, ook nadien in het college te Menen en in de Normaalschool – wat nu heet Hogeschool Vives – te Torhout.

Was je van kindsbeen af een grote lezer?
Ja, absoluut. Even belangrijk voor mijn ontwikkeling als het onderwijs dat ik genoot, was de openbare bibliotheek, indertijd gevestigd in de jongensschool vlakbij mijn deur dus. In het tragisch-hilarische verhaal ‘De pijnlijke warmte van een Cor Ria Leeman’ dat is opgenomen in ‘Het vlees is haar’ heb ik de belangrijke rol die het instituut bibliotheek in mijn jeugd vertolkte toegelicht. De bib gaf mij inzicht in het leven, fungeerde als een venster op de wereld en verschafte mij mondjesmaat een omvangrijke woordenschat.

Je studeerde in Torhout af als leraar Nederlands. Beïnvloedde die studie je liefde / passie voor literatuur en poëzie?
Ik was voorheen al een fervent lezer, maar eigenlijk las ik alleen maar verhalend proza en geen poëzie. Die klik met poëzie is er pas later gekomen. Het is vooral de beknoptheid van poëzie die mij aansprak en nog altijd aanspreekt, vermoed ik. Poëzie is ook het genre dat zich ophoudt in de marge van de literatuur en die positie bevalt mij wel.

Schreef je al toen je heel jong was of kwam dat pas later? Je officiële debuut kwam er pas toen je bijna 38 was.
In mijn jeugdjaren schreef ik wel eens wat, ik was best wel goed in opstellen schrijven, maar ik heb de stiel vooral geleerd al lezende. Als aanvulling op mijn leeshonger werden in de klas de grammatica- en spellingsregels onderwezen. Leesplezier en technische vervolmaking, dat is een goede basis voor een schrijverschap. Ik heb heel lang niet geschreven en dan ineens gutste het eruit. Vraag me niet hoe dit komt, er was geen plan, alles ging zoals het is gegaan.

Welk soort poëzie schrijf je? Zijn er thema’s die je bijzonder boeien?
Mijn poëzie spreekt veel mensen aan – dat krijg ik toch altijd weer te horen als ik ergens ga voorlezen – omdat ze begrijpelijk is maar toch ook intrigerend. Je raakt makkelijk in mijn gedichten, maar je raakt er niet altijd even makkelijk weer uit. Mijn thematieken zijn redelijk divers en komen zonder voorbedachte rade aangewaaid. Elk gedicht staat bij mij op zichzelf en elke nieuwe bundel is voor mij gewoonweg een nieuwe verzameling van individuele gedichten. Mijn beste gedichten zijn gedichten met een hoek af: geestig, spits, grimmig-grappig, vol relativering en zelfspot. Ik hoor en lees wel eens van recensenten en andere literair volk dat ik een unieke stem heb in het poëziewereldje en dat ik met geen enkele andere dichter te vergelijken ben. Ik vind dat een schoon compliment.

Welke dichters hebben je beïnvloed, of naar welke dichters kijk je op?
Ik heb geen favoriete dichters, wel favoriete gedichten. Een gedicht is voor mij een sterk gedicht als ik de aandrang voel om het na een eerste lezing meteen opnieuw te lezen, en nog eens en nog eens… Dat is voor mij de enige maatstaf. Heel subjectief natuurlijk.

Je bent wel eens in Nederland en je hebt er vrij veel succes. Kun je dat verklaren?
Al mijn boeken zijn uitgebracht door Nederlandse uitgeverijen, dat is op zich al een belangrijke factor. Laat me zeggen dat mijn poëzie eerst werd opgemerkt in Nederland en met een beetje vertraging ook in Vlaanderen. Men kan iets niet waarderen als men het niet kent en poëzie is nu eenmaal een nichekunst. Ik voel mij wel eens een missionaris. Telkens ik ergens optreed win ik zieltjes voor mijn werk. Als ik voorlees, kies ik altijd gedichten waar de luisteraar direct, op het moment zelf, iets aan heeft. Bij voorkeur put ik dan uit mijn schalkse repertoire. Niets is mooier dan door middel van de woorden van een gedicht een zaal te doen huilen van het lachen. Er is al genoeg serieusheid in de wereld, maar desalniettemin mogen we niet vergeten dat humor de overtreffende trap is van ernst. Wie humor bedrijft is een expert in de ernst. Wie mijn gedichten goed leest, stuit achter de joligheid niet zelden op een redelijk gecompliceerde werkelijkheid.

Op je 50ste verjaardag verschijnt een monografie over je leven en werk. Hoe zie je dat? Ben je er blij om?
Ja, ik ben er blij om. De monografie is geschreven door mijn goede dichtersvriend Paul Rigolle en het is een schitterend boekje geworden. Ik kijkt niet graag achteruit, maar als ik dan toch moet terugblikken op anderhalf decennium schrijverschap, dan kan ik alleen maar trots zijn op wat ik bij elkaar heb geschreven, in de eerste plaats de gedichten, maar ook de verhalen, artikels die her en der gepubliceerd zijn en heel wat recensies.

Heb je voor de nabije toekomst concrete schrijf / publicatieplannen?
In het voorjaar van 2015 verschijnt mijn nieuwe bundel ‘Kaas treft geen schuld tot het tegendeel is bewezen’. Net als mijn twee vorige bundels ‘Grootste Hits! De Jaren Nul’ en ‘Het is fijn om van pluche te zijn’ verschijnt deze ook weer bij Uitgeverij Van Gennep te Amsterdam.


'Wachten is het hele leven'
auteursmonografie over de Wevelgemse dichter Philip Hoorne
samengesteld door literair criticus Paul Rigolle
uitgegeven door de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers

Publieksvoorstelling op vrijdag 17 oktober in bibliotheek Ter Mote
Aanvang om 19u45
Iedereen is welkom, deelname gratis
Inschrijving vooraf vereist (056/433.540 of via mail)


SALADE

als je een salade bestelt wat krijg je dan?
juist ja sla
veel sla

onder die hoop sla verbergen zich een stukje kip of een dobbel-
steentje hesp een partje zongedroogde tomaat en in het beste
geval vijf pijnboompitten

maar het allesoverheersende ingrediënt van zo’n prijzige salade
blijft sla royaal veel ordinaire sla

er bestaan veel soorten sla
hoeveel dat wil je niet weten

de groene lappen op Google Earth waarvan u altijd dacht
dat het bossen en weiden waren – wel u dwaalt: het is sla
sla voor miljoenen salades per seconde wereldwijd

wee onze planeet als men alle sla op aarde rooien gaat
denk daaraan telkens u een menukaart openSLAat

(Philip Hoorne)

0 reactie(s):