Posts tonen met het label voor literatuurliefhebbers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voor literatuurliefhebbers. Alle posts tonen

dinsdag 13 juni 2017

209

Leesclub ontmoet Lara Taveirne

De Leesclub van de bibliotheek moet al zowat sinds mensenheugenis bestaan. Vijfmaal per jaar komen de leden samen, meestal op de eerste woensdag van de maand, om leeservaringen uit te wisselen. In een ongedwongen sfeer: deelnemen is gratis en vrijblijvend, en elke bijeenkomst staat open voor iedereen die het te bespreken boek las.

En soms kan er dus een extraatje vanaf. Zoals op woensdag 7 juni, op de slotmeeting van dit seizoen. We hadden Lara Taveirne weten te strikken, de Brugse schrijfster (1983) die met De kinderen van Calais (2014), dat eerst tussen alle plooien dreigde te vallen, na een jaar onverwacht de Debuutprijs won, waarna het boek alsnog aan een spectaculaire remonte begon. Inmiddels heeft Taveirne ook Hotel zonder sterren (2015) uitgebracht, wisselde ze uitgeverij Manteau in voor het Nederlandse Prometheus en werkt ze nu aan een derde roman.


Lara probeerde eerst te achterhalen waar haar liefde voor schrijven vandaan kwam. Was het de ouderwetse typemachine van haar vader, die de o zo veranderlijke werkelijkheid toch via letters in het papier kon stansen? Was het schrijven van kindsaf aan een middel om haar angsten te bezweren, zoals dat kattebelletje dat ze als klein meisje aan een treinconducteur schreef, om zich mentaal klaar te maken voor een 'verre reis'? Of waren het toch de stapel liefdesbrieven die ze aan vriendjes schreef? Op een dag sprak ze af met een ex om een bepaalde brief terug te krijgen, waarna die kwam aandraven met een hele trekkersrugzak vol liefdespost!

Wat er ook van zij, inmiddels probeert ze de liefde voor het geschreven woord door te geven aan haar kinderen. Door veel voor te lezen, bijvoorbeeld. Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden van Joke van Leeuwen blijft daarbij favoriet.


Het leeuwendeel van het praatje van Lara ging natuurlijk over haar succesboek. Ze vertelde hoe De kinderen van Calais ontstaan is. Over haar schoolreis naar Cap Blanc-Nez, waar ze met een vriendin geschorst werd toen ze zich te dicht bij de klifrand waagde. Over de dag dat ze het bewuste krantenartikel onder ogen kreeg waarin twee hartsvriendinnen in hun tienertijd onverwacht allebei zelfmoord pleegden -- door van de kalkrotsen van Calais te springen. Het lichaam van een van hen werd nooit gevonden. Wat haar onder meer fascineert is wat mensen onbewust doorgeven aan elkaar: tradities, opvattingen, een wereldbeeld, een temperament, en zelfs 'donkere genen'.


Prettig toeval voor de Leesclub: Kinderen van Calais wordt verfilmd door de jonge, Wevelgemse filmregisseur Ann-Julie Vervaeke. Zij kwam meeluisteren, beantwoordde vragen en gaf ten slotte à l'improviste een kleine causerie over het hele filmproject. Slotsom: een film maken in België heeft heel wat voeten in de aarde.

Lara vertelde dat een schrijver pas zijn volgende boek kan schrijven als hij zo ongeveer een hekel heeft gekregen aan het vorige. Loslaten is belangrijk. Ze liet een dia zien van Varengeville-sur-Mer, de plek waar ze het verhaal van de twee meisjes eindelijk los kon laten om aan Hotel zonder sterren te beginnen, een veel recht voor de raapser verhaal over de complicaties van de liefde.


Maar daar wou Lara het niet over hebben. Liever las ze voor uit haar nieuwe manuscript. Werktitel: Kerkhofblommenstraat. Een volkser verhaal over het Vlaanderen van de jaren veertig, gelardeerd met dialect dat ze uit oude dagboeken heeft opgepikt.

Het werd een prettige avond. "Jullie zijn zo stíl!" grapte Lara tegen het talrijk opgekomen publiek. Had het misschien iets te maken met haar voordrachtskunst? Feit is dat tussen de kaas en wijn achteraf de levendige dictie van de schrijfster vaak werd geprezen.


donderdag 27 april 2017

4

Lotte Debrouwere bezingt de vrolijke ellende van het ouderschap


Ze doet het in haar eentje, een kindje groot brengen. En daar schrijft Lotte Debrouwere uit Gullegem elke week een column over in Het Nieuwsblad. Zo vaak gelezen dat ze de verhaaltjes nu in een boek heeft gebundeld. Slaap kindje slaap verdomme, heet het. Een soms te eerlijke lofzang over het ouderschap. Herkenbaar voor alleenstaande ouders en alle ouders tout court.

Het boek wordt een lofzang op het ouderschap genoemd. Waarom een lofzang?
Omdat ik een ode wil brengen aan het alledaagse ouderschap. Hulde aan de gemiddelde ouder die er af en toe niets van bakt. Een hulde ook aan de alledaagse vrolijke ellende. Het 'getjool'. Het wordt omschreven als een 'te eerlijke lofzang'. Omdat ik misschien de dingen durf schrijven die je niet snel zegt als je kinderen hebt. Daarom ook de titel van het boek: 'slaap kindje slaap verdomme'. Ik moest echt strijden voor die vloek. Het is misschien hard, maar als je kind niet slaapt in het diepst van de nacht, dan lopen er buiten geen prachtige schaapjes. Dan zeg je niet lieflijk 'slaap kindje slaap'. Dan vloek je ook. Maar altijd, altijd zit de humor er ergens in. Omdat je er maar beter kan om lachen.

Wat is het verschil tussen een alleenstaande moeder en een moeder met vader?

Het zit hem in kleine en grote dingen. De vrijheid. Dat je niet even naar de bakker kan zonder je kind mee te nemen. Of een uurtje kan gaan lopen. Dan heb je direct een thuiswacht nodig. En je kan ook nooit in het holst van de nacht met een huilend kind aan je partner vragen 'liefje, sta jij eens op'. Heb je een partner, dan kan je er altijd wel ergens op rekenen. Dan verdeel je de last. Een kind is lastig. Het alleen opvoeden is dubbel zo lastig. Je bent ook de good cop en bad cop ineen. En je kan beslissingen over je kindje nooit aftoetsen. Je moet ze in je eentje nemen.

Wil je een rolmodel zijn voor andere alleenstaande moeders?
Geen rolmodel. Wel iemand die hen een hart onder de riem steekt. Onder het motto 'hier is het ook niet zo simpel'. Maar ik hoor van veel ouders en zelfs opa's en oma's dat ze zich er in herkennen. Ook al zijn ze met twee. Ook met twee kan het soms vrolijke ellende zijn natuurlijk.
Ik hoor vaak dat het herkenbaar, grappig en eerlijk is. Wel, als ik mensen daardoor een glimlach kan bezorgen, dan ben ik al blij.

Wat is een vikingdochter eigenlijk?
Die naam wordt gebruikt voor donorkindjes die verwekt zijn met Deens sperma. In ons land is er een tekort aan spermadonoren, dus doen Belgische ziekenhuizen beroep op Deens sperma. Daar is sperma doneren geen zo'n taboe. Mijn dochter heeft ook een mooie Scandinavische look. Blauwe ogen, bijna wit haar.

Verschenen alle columns uit het boek eerder in de krant ‘Het Nieuwsblad’?
Neen. Er zijn een 20-tal nieuwe columns. De meest tedere en ontroerende zijn er bij gevoegd. De meest literaire misschien. Omdat zij meer pasten in de intimiteit van een boek, dan in een krant. In een boek blijven ze ook langer bestaan. Een krant is vluchtiger.

Hoe duikt de inspiratie op voor een nieuwe column? Altijd uit het leven van de dag geplukt?
Zeer makkelijk. Ik moet nog maar naar de supermarkt gaan bijvoorbeeld. Gaat ze daar als een schildpad op haar rug kronkelen omdat ze geen zak chips krijgt. Gisteren stak ze nog de chocopot in de wasmachine en vorige week zette ze letterlijk een paard in de gang. Een plastic paard, voor alle duidelijkheid. En deze ochtend riep ze dat ze 'een kindje had gemaakt'. Dat vond ik nogal vroeg, ze is amper drie. Bleek dat ze een kind van pareltjes had gemaakt. Kortom, er is altijd en overal inspiratie.

Zijn er ook andere thema’s die opduiken, waar je over wil schrijven?
Absoluut. Door het boek heen, passeert ook de dood. Of het kleine, grote verdriet. Over een meisje dat een zeepaard in haar hoofd heeft. Een hersentumor die lijkt op een zeepaardje. Of over Oude Clara, die zegt dat mensen te kort leven en te lang sterven. Of over een mooi, overleden liefje, die alleen op het kerkhof ligt, terwijl hij daar niet zou moeten liggen. Maar altijd ligt er over de koude woorden een warm deken van liefde.

Hoe belangrijk is de lokale context? Zijn je columns herkenbaar Gullegems / Wevelgems?
Ja, er zit er eentje bij die gewoon volledig over het dorp gaat. En er komen ook mensen in voor die in Gullegem en Wevelgem wonen. Soms schrijf ik niet mals zoals 'waar flatgebouwen als kankergezwellen het laatste groen doen verdwijnen'. Dat gaat ook over ons dorp, waar ik soms hoop dat ze in plaats van een flatgebouw gewoon bomen neerzetten. Lang leve de weides en het groen. Dus ja, lokale context zit er in. Soms subtiel, soms heel duidelijk.

Benieuwd naar de reacties?

Dat ben ik elke week. En elke week is het geweldig om mailtjes te krijgen van mensen die hun vrolijke ellende uit de doeken doen. Om eens niet die perfecte facebookfoto's te zien van een prachtig hummeltje dat zijn mooiste lach etaleert, maar gewoon alles wat daaraan vooraf ging: dat het misschien wel honderd jaar duurde voor dat kind wou lachen. Dat het ook honderd jaar duurde voor het dat mooie T-shirtje wou aantrekken en dat het die ochtend nog weigerde om zijn boterham op te eten omdat er confituur op lag en geen choco.

'Slaap kindje slaap verdomme' van Lotte Debrouwere verscheen bij uitgeverij Lannoo.


Lotte Debrouwere...
- Ging na haar studies Pers en Communicatie radiojournalistiek studeren in Utrecht
- Haalde met een monoloog over haar overleden liefde de RVU-radioprijs en werd genomineerd voor Grenzeloos Geluid.
- Was reporter, regisseur en journalistiek bij Radio Nederland Wereldomroep, VARA en NCRV en woonde vier jaar in Hilversum
- Maakte radiodocumentaires voor Piazza op Radio 1
- Werkt nu twaalf jaar bij Het Nieuwsblad. Ze schrijft weekendverhalen en een wekelijkse column op zaterdag onder de titel "Lotte doet het alleen"
- Woont samen met haar driejarige dochter Loes - alias prinses Donderwolk - in Gullegem.
 

(c) foto Ivan Put

maandag 6 maart 2017

0

Kom naar onze slow reading-maandagen

Hoe lang is het geleden dat je nog eens een hele poos ondergedompeld was in een boek? Dat je hoofd stond naar een uur lekker doorlezen? Té lang geleden?

Dan is slow reading zeker iets voor jou. Elke eerste maandag van de maand komen we op een rustige plek samen, in een van de salons in de Bib in het park, om een uur onafgebroken een boek te lezen. Roman, thriller, graphic novel, non-fictieboek — maakt niet uit: kies er eentje uit onze rekken of breng er een mee van thuis. Bij ons vind je de rust die je zoekt. We schakelen de smartphone uit en zoeken een comfortabele sofa op. Na afloop is er een drankje voor iedereen en kan je een boekenbabbeltje slaan met de andere slow readers. Slow reading is leuk: iedereen gaat met nieuwe boekentips naar huis.

Elke eerste maandag van de maand dus, om 19u30 in de Bib in het park. De toegang is gratis. Iedereen is welkom. De sfeer is relaxt. Het wordt geen elitaire bedoening. Stuur vooraf gewoon een mailtje naar conny.vansteenkiste@wevelgem.be


woensdag 1 februari 2017

1

Lionel Deflo overleden


De Wevelgemse auteur en literatuurcriticus Lionel Deflo is op 31 januari - op zijn verjaardag - overleden. Hij is 77 jaar geworden.

Deflo was leraar, directeur van uitgeverij Manteau en hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Kreatief. Hij publiceerde enkele boeken met kritisch proza en monografieën over auteurs. In de jaren ‘80 was hij de woordvoerder van de nieuw-realistische poëzie in Nederland en Vlaanderen.
Hij schreef kortverhalen die meestal verschenen in literaire tijdschriften. In 2012 bundelde hij die in Eerste sergeant-majoor Clausewitz.

Lionel Deflo was bestuurslid van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers en sinds vele jaren voorzitter van de Wevelgemse bibliotheekraad.

Terugblik: boekvoorstelling op 17 november 2012 in de bibliotheek.



zaterdag 28 januari 2017

0

'Op zoek naar poëzie' met Xavier Roelens

Xavier Roelens, een eigengereide Vlaamse dichter die al meer dan tien jaar aan de weg timmert, koos niet voor de gebaande paden in zijn introductielezing over poëzie. In het kader van Gedichtendag kwam Roelens (Rekkem, 1976) in een poëtische aflevering van Boterhammen in de Bib vertellen over zijn persoonlijke relatie met de dichtkunst - en deed dat met verve.

Het begon als puber, Xavier was een jaar of zestien, in de poësis. Voor de klas mocht hij het sonnet 'Wijding aan mijn vader' van Karel van de Woestijne voordragen. Het deed hem voor het eerst nadenken over de kwaliteit van taal. Het zette hem aan tot zijn eerste eigen versregels die hem kwamen aangewaaid tijdens het fietsen van school naar huis. Regels die, met de blik van nu, taalfouten bevatten, maar dat deerde toen niet.

Tastend, zoekend, met veel handgebaren, liet Roelens de dichters aan bod komen die hem een wereld hadden opengelegd. De onvermijdelijke Herman de Coninck, met de parlandopoëzie van Vingerafdrukken, was belangrijk. Hij was een van de eerste dichters die ontdekt werden in de bibliotheek. (De hele rit lang bleef Roelens erop hameren hoe belangrijk de openbare bibliotheek is voor de poëzieliefhebber).


Een echte "autostrade" werd geopend door Lucebert, de keizer van de Vijftigers, de dichter die "de ruimte van het volledige leven" in een gedicht wou opnemen. Zijn verzamelde verzen springen van het ene gevoel op het andere, ook binnen één gedicht. De gulzigheid van Luceberts taal en de reikwijdte van zijn onderwerpen spraken Roelens aan en zouden zijn eigen poëzie beïnvloeden.

Roelens debuteerde in 2007 met Er is een spookrijder gesignaleerd, een bundel compacte, vormvaste gedichten geïnspireerd op Stèles van Victor Segalen. Hoe anders is Stormen, olielekken, motetten (2012) - een uitzinnige bundel over biodiversiteit, met allerlei typografische vondsten en gedichten vol citaten die het midden houden tussen poëzie en proza.

Paul van Ostaijen comes to mind, en inderdaad, ook hij was belangrijk voor Roelens. Hij leerde hem kijken naar poëzie, de aanblik van een gedicht ook te zien als een beeld dat iets kan vertellen. Ook hoe Van Ostaijen tekstflarden uit de oorlog letterlijk in zijn gedichten opnam - de oorlog liet zien in plaats van de oorlog op te roepen - was een openbaring.

Een hedendaagse dichter die experimenteert met typografie en waar Roelens zich mee verwant voelt is de Nederlander Tonnus Oosterhoff. Roelens stond zelf in voor de vormgeving van het binnenwerk van zijn tweede bundel en wees erop hoe je instrument - schrijven in InDesign, niet in Word - de vorm van je gedichten in een bepaalde richting stuurt. Niets is onschuldig.


De voorlaatste dichter die Roelens midscheeps raakte was Jeroen Mettes - de jonge, beloftevolle essayist die op zijn blog Poëzienotities gedichten diepgravend besprak en aandacht opeiste voor poëzievormen die in de Lage Landen nagenoeg onbekend zijn, zoals het lange prozagedicht. Roelens liet de cassette zien waarin N30 is opgenomen, het lange gedicht dat postuum (Mettes pleegde zelfmoord in 2006) werd gepubliceerd.

Ook Mettes schaamde er zich niet voor om allerlei zaken van buitenaf op te nemen in zijn poëzie, van de hak op de tak te springen zoals het leven zelf en de lezer - zonder handleiding - het resultaat te laten ervaren. Een mens is immers meer dan ratio alleen - een gedicht moet je eerst ondergaan of beleven.

Ook Roelens probeert in zijn poëzie de stem, de stemmén van de ander in zijn gedichten te betrekken. Het meest zal hij dat doen in zijn laatste bundel, die als het goed is dit jaar nog verschijnt. Daarin worden de vroegste jeugdherinneringen van tientallen mensen verwerkt: "Ik haal teksten van buitenaf, ik trek ze door mij en zie wel wat er weer naar buiten komt."

Afgesloten werd er met een knipoog naar de roots. Met Guido Gezelle. ''t Er viel 'ne keer', een van de mooiste gedichten in het West-Vlaams. Roelens is overigens een begenadigd voordrager van poëzie - eigen of andermans poëzie. Iemand die wat theater in zijn presentatie niet schuwt. De tijd dat gedichten per definitie stonden voor verstilling en bezinning ligt gelukkig al een tijdje achter ons.



dinsdag 7 juni 2016

0

'IJs', de nieuwe roman van Koen D'haene


"Het mag dan wel officieel zijn zevende boek zijn," begon schepen van cultuur Lobke Maes haar inleidend woordje, "maar in zekere zin is Koen opnieuw van nul moeten beginnen." Koen, dat is: Koen D'haene. Ook wel: Koen-van-de-bib. Of nog: onze Koen. In een bomvolle zaal werd zaterdag zijn nieuwe roman boven de doopvont gehouden. In de Bib in het Park, tussen het groen. 

Het boek heet IJs en is verschenen bij de Nederlandse uitgeverij LetterRijn. Een spannende roman voor volwassenen. Vandaar dat "van nul moeten beginnen": het is Koens eerste roman voor volwassenen. "En," voegde Lobke daar nog aan toe, "meteen het eerste boek dat in onze vernieuwde bibliotheek wordt gepresenteerd."


Het Wevelgemse trio Les Tripes had daarvoor al het publiek in de juiste stemming gebracht. Het bracht 'Une belle histoire' van de Franse troubadour Michel Fugain.

C'est un beau roman, c'est une belle histoire
C'est une romance d'aujourd'hui
Il rentrait chez lui, là-haut vers le brouillard
Elle descendait dans le midi, le midi
Ils se sont trouvés au bord du chemin
Sur l'autoroute des vacances
C'était sans doute un jour de chance
Ils avaient le ciel à portée de main
Un cadeau de la Providence
Alors pourquoi penser au lendemain?

Nederland lijkt wel het beloofde land voor Wevelgemse auteurs. Eveline Vanhaverbeke, Philip Hoorne en nu Koen: allemaal vonden ze onderdak bij een Hollandse uitgeverij. Theo van Rijn was zichtbaar trots op de eerste Vlaamse schrijver in zijn fonds. Hij hoopte dat IJs als een ambassadeur zou zijn die zijn kleine uitgevershuis onder een ruimer Vlaams publiek bekend zou maken. Omgekeerd wil hij met plezier Koen D'haene introduceren bij het Nederlandse lezerspubliek. Al moesten daarvoor een aantal "Vlaamse woorden" in het manuscript voor de bijl, en vervangen worden door Nederlands idioom.


Trui Moerkerke, ooit eindredacteur mode van Knack Weekend, polste in haar babbel met Koen naar de kiem waaruit IJs was ontstaan. "Het plan was eerst gewoon een adolescentenroman te schrijven," zei Koen. "Enfin, een young adult boek, zoals dat tegenwoordig heet. Het verhaal van een zomerromance. Maar gaandeweg merkte ik dat ik ook een terugblik op die zomerromance wou schrijven. Twintig jaar later. En wanneer je voluit wil gaan mijmeren over ouder worden en het verliezen van je jeugd, dan merk je dat je al gauw voor volwassenen zit te schrijven. Plus: een jongerenroman met veel volwassenen aan het woord, dat werkt niet zo best."


Koen vertelde over zijn schrijfrituelen. Dat hij een zondagsschrijver is - letterlijk, dan: voor schrijven heeft hij alleen op zondag tijd. Dan zet hij enkele prikkelende attributen voor zich neer (een Zwitsers miniatuurchaletje), draait hij de platen die de soundtrack van zijn verhaal vormen (Bruce Springsteen, 'Vamos al la playa' van Righeira) en dan gaat hij aan de slag. En terwijl een idee vaak vijf, zes jaar nodig heeft om te rijpen, gaat het eigenlijke schrijven behoorlijk snel. In een paar maanden is de klus geklaard. Ook al omdat er per hoofdstuk een strikte synopsis klaarligt van wat er moet gebeuren.

Het resultaat van de laatste reeks schrijfzondagen is dus IJs. "Het is géén thriller," waarschuwde Koen. "Er komt bijvoorbeeld geen politie aan te pas. Maar spannend moest het zeker worden. En onvoorspelbaar. Toen hoofdstuk zes af was, heb ik het aan mijn vrouw Elsie laten lezen en vroeg ik haar hoe ze dacht dat het verhaal zou verder gaan. Toen ze de bal helemaal mis sloeg, wist ik dat ik op het goede spoor zat."


De titel IJs is trouwens een cadeautje van Bart van Loo. Koen vertelde de Frankrijkkenner op café over zijn recente romanproject, met de verzuchting dat hij geen goede titel kon vinden. 'IJs' zei Bart prompt. En aldus geschiedde. Het contract van LetterRijn kreeg Koen in een ander café, in Sint-Niklaas, ergens halfweg tussen Wevelgem en Leidschendam, aangeboden.

Hoe autobiografisch is een roman? Dat willen mensen toch altijd weer weten. En dus ook Trui Moerkerke. Waarop Koen antwoordde dat een schrijver zich altijd weer onderbrengt ("verstopt") in verschillende personages. Of voorkennis over de auteur nu veel uitmaakt voor het leesplezier, is weer een andere zaak. "Toegegeven, ik speel graag een spelletje met de kenners van mijn vroegere werk. Zo laat ik de ouders van Hella, 'het mooiste meisje van de wereld' dat ook al in Valsspeler figureerde, even voorbijkomen. Maar gaat het dat aan je voorbij, dan is er nog geen man overboord."


Les Tripes sloot af met Georges Brassens. Het publiek sloot af met een hartverwarmende applaus. De gemeente bood een receptie aan. Kaas, wijn. Al snel vormden zich twee rijen voor de boekentafel. Niemand - nog het minst Koen zelf - kon vermoeden dat de signeersessie uiteindelijk twee uur zou duren.

vrijdag 11 maart 2016

0

Anna Woltz in Wevelgem

Het samenwerkingsverband van Zuid-West-Vlaamse jeugdbibliothecarissen slaagt er al enkele jaren in een hele fijne lezingentournee te organiseren met Nederlandse jeugdschrijvers. Pure win-win is dat: Wevelgemse kinderen komen zo ook eens in contact met auteurs van ver over de grens, en omgekeerd ontmoeten Nederlandse schrijvers op een paar dagen tijd een aanzienlijk deel van hun Vlaamse fans. Woensdag hadden we Anna Woltz te gast, speciaal voor onze Kinder- en Jeugdjury-leden.

Woltz timmert al sinds 1998 aan de weg en heeft al 19 titels gepubliceerd. Haar werk zit sinds kort pas echt in de lift na haar verkoopsucces Honderd uur nacht dat vorig jaar de Nienke van Hichtum-prijs voor het beste jeugdboek won en in Nederland ruime media-aandacht kreeg toen het in 'De wereld draait door' tot leestip van de maand werd uitgeroepen. Ook in Vlaanderen staat het boek nu op de KJV-lijst van groep 5. De ontmoeting stond echter open voor alle KJV-leeftijden en onze KJV'ers (samen met een delegatie van Zwevegem) bleken ook haar andere boeken goed te kennen.



Anna zette eerst een koksmuts op om te vertellen hoe het ooit allemaal begon, op haar twaalfde, dat lezen. In de keuken was dat, tijdens het wachten tot dingen gaar waren. Met soms in de ene hand een groot mes en in de andere hand een mooi leesboek. En daar kwamen weleens ongelukken van. Een boek is zélf te vergelijken met een behoorlijk ingewikkeld recept met de juiste ingrediënten. "Wat heeft een boek allemaal nodig?" vroeg Anna aan de kinderen. "Hoofdstukken!" riep er eentje. "Een probleem!" zei een ander. "Personages! Een plaats! Een bepaalde tijd!"

Boeken die zich afspelen in de eigen tijd zijn het makkelijkst, vertelde Anna. Je weet immers perfect hoe onze tijd eruit ziet. Maar neem nu Ik kan nog steeds niet vliegen, dat speelt in de zomer van 1945. "Toen was ik er nog niet. Maar mijn vader wel. Die is geboren in 1932. Dus stelde ik hem een heleboel vragen tijdens het schrijven van mijn boek."

Vader Woltz heeft in zijn jonge jaren een paar maanden in Denemarken gewoond en spreekt nog steeds een mondje Deens. Dat leverde een mooi moment op toen er één KJV-meisje uit Zwevegem ook Deens bleek te spreken. Een paar boeken van Anna zijn in het Deens vertaald en nu zag ze haar kans schoon om met het meisje de correcte uitspraak te toetsen. Dat bleek hard nodig ook.


Veel personages (Anna: "ik noem ze altijd hoofdpersonen") zijn volledig verzonnen. Al gebeurt het zeker ook dat iemand uit Anna's omgeving in een boek wordt opgevoerd, maar onherkenbaar is gemaakt. De boekenhond in Red mijn hond! is gebaseerd op twee echte honden, bijvoorbeeld. En op fluistertoon verklapte Anna naar wie het meisje is gemodelleerd dat in Alles kookt over in de tuin galopperend loopt te spelen dat ze een paard is. Dat zorgde voor nogal wat jolijt bij de kinderen.

Allicht ook daarom, omdat de roman net veel autobiografische elementen bevat, is Honderd uur nacht de persoonlijke favoriet van de schrijfster. Al blijft het uitkiezen van je favoriete boek zoiets als het moeten aanwijzen wie je leukste kind is: een onmogelijke opdracht.

Kort voor het schrijven van Honderd uur nacht was Woltz jaloers geworden vanwege alle avonturen die ze haar verzonnen personages liet beleven en dook ze zelf het grootse en meeslepende leven in. Ze ging een paar maanden in New York wonen. En maakte toevallig van dichtbij mee hoe orkaan Sandy een groot deel van Manhattan drie dagen (zesennegentig uur dus, maar dat bekt niet zo lekker) in duisternis hulde. Pas wanneer de elektriciteit uitvalt, merkt een mens hoeveel daarvan afhangt: niet alleen de stoplichten en lantaarnpalen, maar ook de tv, internet, het bereik van je gsm...

Alleen en afgesneden van de rest van de wereld in een zacht wiegend flatgebouw zitten met de gordijnen en luxaflexen dicht (tegen rondvliegend vensterglas) — het maakte zo'n indruk op de schrijfster dat er wel een boek moest van komen. In mei komt overigens de Amerikaanse editie uit, A hundred hours of night. Daarmee gaat een droom van Anna in vervulling: in een wereldtaal, en dus voor een heel groot publiek, beschikbaar zijn in de boekhandel. Ze gaat ook terug naar New York om haar boek te promoten en hoopt stilletjes dat ze de jongen zal terugzien die haar die broodnodige zaklamp heeft toegestopt.


Het traditionele vragenkwartiertje werd even onderbroken omdat een technicus van de gemeente nodig aan een kabel moest werken — overal waar Anna komt is iets met de elektriciteit loos. Een KJV-lid vroeg zich af waarom de ondertitel ("fluistertitel") van Aangespoeld bijna onleesbaar is gemaakt (tactiek van de uitgever). Een jongen wilde weten of het verhaal van De pizza-spion echt gebeurd was (helaas). De gephotoshopte cover van Meisje nummer achttien kwam ter sprake (want o zo beroerd gedaan).

En omdat lezers vaak schrijvers zijn, kwamen er een paar vragen over het boekenvak. "Heb je geen schrijftips voor ons?" vroeg een meisje. "Ik heb twee héle saaie schrijftips voor je," lachte Anna. "Maar wel tips waar je echt iets aan hebt. Eén: lees zoveel mogelijk. Ik heb nooit lessen genomen om te kunnen schrijven. Er bestaan geen echte schrijversscholen. Lees veel, lees traag en kijk af hoe andere schrijvers het doen. Twéé: oefen zo vaak als je kan. Ook als een verhaal niet wil vlotten, ook als je een verhaal halverwege moet afbreken omdat je echt niet verder kan, ook dan heb je iets geleerd."

Al moest Anna wel toegeven dat je als schrijver nooit echt vólleerd bent. Ze heeft nu haar eenentwintigste boek onder handen, maar echt makkelijk gaat het schrijven haar nooit af. "Integendeel, het wordt steeds moeilijker. Omdat je een steeds beter boek wil schrijven, natuurlijk. En daar hoort ook schrappen bij. Je moet aan de verleiding weerstaan om alle goede ideeën die je hebt in hetzelfde boek te willen verwerken. Daar wordt een boek te vol van en dan gaat het alle kanten op en mist het de juiste focus." Soms schakelt ze weleens hulp in. Voor haar laatste roman gips mocht ze een tijdje meelopen in een ziekenhuis aan de zijde van haar zus, die chirurg is in Den Haag. Ook in een witte jas, ja — want anders oogde het een beetje vreemd voor de patiënt op de operatietafel.

Zus Sarah schrijft trouwens ook, voor een medisch blad. De hele familie Woltz heeft literair bloed. Conny had drie jeugdboeken van het schrijversduo Abbing & Van Cleef uit het rek gehaald. Bleek dat Marja Roscam Abbing de moeder is van Anna Woltz en Marjet van Cleeff de moeder van Gideon Samson! Gideon is die andere Nederlandse auteur die we dit jaar hebben uitgenodigd.

Zo raar kan het dus lopen: twintig jaar nadat twee bibliotheekmoeders samen boeken gingen schrijven, gaan hun dochter en zoon samen op tournee om over hún boeken te praten. Na de lezing reden we Anna Woltz terug naar de Bed & Breakfast in Marke, waar we haar en Gideon Samson tijdens hun West-Vlaamse tournee te slapen hebben gelegd. Een prachtige namiddag was het.


vrijdag 29 januari 2016

0

'De bres dicht' in de bib


Gisteren was het de laatste donderdag van januari, en dat betekent maar één ding: Gedichtendag! Al meer dan vijftien jaar boksen poëzieliefhebbers in Nederland en Vlaanderen die dag een grote diversiteit aan eigen poëzieactiviteiten in elkaar. De bibliotheek bleef ook dit jaar niet achter. We nodigden twee jonge muzikanten uit voor een poëtisch avondprogramma.

Klassieke celliste Iris Thissen en singer-songwriter Teun De Voeght zetten tien gediechte (Teun had hoorbaar Kempische roots) uit de wereldliteratuur op muziek. De Voeght is als singer-songwriter bekend van zijn solo-project S.A. Barstow, speelt bij Jack in the Box en trok als producer met tal van andere bands de studio in. Iris Thissen studeerde cello aan het Antwerpse Conservatorium en speelt onder meer bij het duo Wy Zyn Zy en het Scarabee Ensemble.

Samen maken ze De Bres Dicht. Het duo trapte af met een gedicht over de Scandinavische oerbossen, van de Zweedse Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer. Er kwam een speels vers van Herman de Coninck voorbij. ‘Het Huwelijk’ van Willem Elsschot werd van een veel frivolere interpretatie voorzien dan het publiek gewoon was. “Ik hoop dat het gedicht binnen een paar jaar nog steeds even grappig is voor ons,” zei Teun. Hij en Iris vormen een koppel.

‘Melopee’ schoof traag voorbij, maar ook voor het grote publiek onbekende namen zoals Randall Jarrell, LeRoi Jones en Paul Dehn (van huis uit gespecialiseerd in dystopische SF) passeerden de revue.


Het lange, sinistere, ademafsnijdende gedicht ‘Lady Lazarus’ van Sylvia Plath werd behoorlijk avant-garde gebracht, met bruuske tempowisselingen en de ijle vraag & antwoord-zang van Iris Thissen.

Dying
Is an art, like everything else.
I do it exceptionally well. 
I do it so it feels like hell.
I do it so it feels real.
I guess you could say I’ve a call.

Plath werd geïntroduceerd als “de bekendste suïcidale dichteres van de vorige eeuw”. Op een morgen zette ze melk en eten klaar voor kinderen en stak haar hoofd in de oven.

Jacques Prévert was de laatste diechter van de avond. Zijn – ook alweer mismoedige – ‘Familiale’ werd van vrolijke muziek voorzien. De zoektocht van Teun en Iris naar een vrolijke noot om mee af te sluiten had in eerste instantie niets opgeleverd. Dichters somberen liever. Daarom zorgden ze zelf voor de happy insteek.

Een geslaagde avond met een opvallend vlot opgekomen publiek. Een moment van verstilling tussen alle beeldschermen en pushberichten door.


vrijdag 22 januari 2016

0

Muziek en poëzie in de bib


De jaarlijkse Gedichtendag is hét poëziefeest van Nederland en Vlaanderen.
Ieder jaar op de laatste donderdag van januari staat de poëzie een dag lang in het zonnetje.
Ook bibliotheek Wevelgem zorgt die dag voor een poëtische invulling van je avond.
Tijdens de voorstelling ‘De Bres dicht’ kan je genieten van mooie woorden en hemelse muziek.

Poëzie en muziek zijn de twee elementen waarmee klassieke celliste Iris Thissen en singer-songwriter Teun De Voeght tijdens deze voorstelling aan de slag gaan.
Samen schreven ze muziek rond tal van gedichten van bekende en minder bekende dichters.
Met uiteenlopende poëzie van Sylvia Plath, Randall Jarrell en Paul van Ostaijen, tot Pablo Neruda, Jacques Prévert en Tomas Tranströmer, en nog vele anderen; in het Engels, het Frans, het Nederlands en het Spaans.

Het project ‘De Bres Dicht’ is een zoektocht naar muziek in de poëzie.
Het is een wonderlijke wandeling over de vage grens tussen woord en klank.
Bekijk hier de teaser.

Teun De Voeght is als singer-songwriter bekend van zijn solo-project S.A. Barstow, speelt bij Jack in the Box en trok als producer met tal van andere bands de studio in.
Iris Thissen studeerde cello aan het Antwerpse Conservatorium en speelt onder meer bij het duo Wy Zyn Zy en het Scarabee Ensemble.

Praktisch

De bres dicht
Een avond vol poëzie en muziek
Donderdag 28 januari om 19u30
Activiteitenzaal Bib in het Park
Iedereen welkom, gratis inkom


vrijdag 30 oktober 2015

0

Lees gratis 15 topromans op je tablet!


644 bibliotheekmedewerkers over heel Vlaanderen stemden in juni om uit een longlist een top-25 samen te stellen van boeken die niet de aandacht krijgen die ze verdienen. Van 1 tot 18 oktober kon het publiek zijn stem uitbrengen.

De actie Verborgen Parels werd een succesverhaal. Massaal, want bijna 40.000 maal, werd er gestemd op www.verborgenparels.be. De roman Woesten van Kris Van Steenberge kreeg uiteindelijk de meeste stemmen.

Dat boek, samen met de rest van de top-15, kan je nu tot 20 januari gratis lezen op je tablet (niet op de e-reader). Download snel de app op www.verborgenparels.be!


Dit is de volledige top-15:

Woesten - Kris Van Steenberge
Iris was haar naam - Toni Coppers
Het huis van de moskee - Kader Abdolah
Hard hart - Ish Ait Hamou
Problemski Hotel - Dimitri Verhulst
De buitenkant van meneer Jules - Diane Broeckhoven
Eén mens is genoeg - Els Beerten
De overgave - Arthur Japin
Over het kanaal - Annelies Beck
Contrapunt - Anna Enquist
Het onverwachte antwoord - Patricia de Martelaere
De stiefmoeder - Renate Dorrestein
Joe Speedboat - Tommy Wieringa
Wit is altijd schoon - Leo Pleysier
Suikerspin - Erik Vlaminck

vrijdag 9 oktober 2015

0

Presentatie 'Vergeten dagen' van Eveline Vanhaverbeke


"Er is een schaduwkant aan alles wat de zonne ziet," zong Gèsman toepasselijk op de presentatie van het nieuwste boek van Eveline Vanhaverbeke. Na twee historische romans, eentje over Gezelle en Rimbaud, eentje over George Sand en Chopin, pakt de schrijfster uit met een veel donkerder verhaal. Vanhaverbeke (44) geeft Franse les in het Guldensporencollege in Kortrijk. Ze levert met Vergeten dagen haar eerste literaire thriller af.

Wie het boek leest, krijgt pas laat zicht op wat Luc Vanhauwaert afgelopen zondag "het midden van de puzzel" noemde. Het fijne aan de boekvoorstelling in het Wevelgemse cultuurcentrum was dat ook de genodigden maar met mondjesmaat een idee kregen waar het verhaal over ging. Nadat schepen van cultuur Lobke Maes met gepast chauvinisme de Wevelgemse schrijfster had gefeliciteerd, las Eveline een eerste stukje voor.

We kregen de stem te horen van Gaston, een gewezen politiecommissaris, die terugblikt op het vermaledijde jaar 1983. "De waarheid is een constructie," klonk het gelaten. En: "Ik creëer die zelf wel." Gaston bleek een getormenteerde man die gestrand was "op een zucht van de waarheid", een rechercheur wiens vingers grepen "in het luchtledige".


In een fictief dorp in de Westhoek zijn drie mensen verdwenen. Gaston is een van de vijf stemmen die hun relaas mogen doen. Een van de vijf waarheden. Tussen die waarheden hangt een dubbele stilte. De stilte van de verdwijning, want het hele dorp zwijgt als vermoord, en de stilte van zij die getraumatiseerd door de feiten overblijven.

Vijf stemmen in plaats van een alwetende verteller, het is een procedé dat Claus' toepaste in De Metsiers, wat hij op zijn beurt had afgekeken van Faulkners As I Lay Dying. "Leuk om te doen?" vroeg radioman Luc Vanhauwaert in zijn gesprekje met de schrijfster. "Absoluut!" zei Eveline. "Zalig om vijf keer in iemand anders' hoofd te kunnen kruipen. Je hoeft geen rekening te houden met feiten, je kan je volledig verlaten op je fantasie. Soms komt je inspiratie wel eens droog te staan op die manier, maar ik heb genoten van de vrijheid om eens een echt fictieboek te kunnen schrijven."


Evelines Nederlandse uitgever, Marc van Gisbergen van uitgeverij Marmer, had in zijn inleidend praatje al met trots gemeld dat zijn redacteuren het West-Vlaams tintje van de tekst grotendeels hadden behouden. Al klonk dat niet meteen door in het tweede voorleesfragment, waarin een cafébazin in opvallend keurig Nederlands herinneringen ophaalde aan een handtastelijke filosoof. "Heb je geen universeler verhaal geschreven dan je zelf denkt?" vroeg Luc aan Eveline. De schrijfster leek niet overtuigd. Ze had het over de West-Vlaamse mentaliteit die ze absoluut tot uitdrukking had willen brengen. Hoe men hier met depressie omgaat bijvoorbeeld: "Doe stille voort." Of de omerta  zwijgen om iemand te beschermen. Het geslotene, kortom.

Wat Vanhaverbeke naar eigen zeggen had proberen te vermijden, was om personages als misdadigers neer te zetten: "In noodsituaties kiezen we instinctief uit drie reacties: vechten, vluchten of bevriezen. Wát we kiezen kunnen we niet op voorhand voorspellen." Daarom leefde ze op toen Luc het woord 'mededogen' liet vallen in het gesprek. "Dat is het grootste compliment dat je me kunt geven!"


Eveline was eerst wat beducht geweest voor een kritisch interviewer, maar Luc Vanhauwaert prees het boek. "De Engelsen zeggen wel eens, Don't judge a book by its cover, maar dat zou ik in dit geval wel doen. De cover is mooi, maar wat eronder zit is ook mooi." Aan die cover bleek een hele voormiddag druk mailverkeer vooraf te zijn gegaan. De uitgeverij blééf maar afbeeldingen doorsturen die de schrijfster helemaal niks vond. Maar het resultaat mag er uiteindelijk wezen. Kleurrijk. Doet wat denken aan de manier waarop John Everett Millais de verdrinkingsdood van Shakespeare's Ofelia heeft geschilderd.

Le (prèsque) tout Wevelgem littéraire was op het appel zondag: Eveline, maar ook dichter Philip Hoorne, schrijfster van een vuistdikke historische monografie Vera Hoorens en jeugdauteur Koen D'haene. Dus werd er snel een groepsfoto gemaakt. Met de mannen van Gèsman erbij, en burgemeester Jan Seynhaeve.

Én de schepen van cultuur, die in haar welkomstwoord had benadrukt hoe de gemeente zijn best doet om drempelverlagend te werken bij culturele activiteiten. Lobke prees het feit dat Eveline — "inwoner, vriendin van de bibliotheek en literair kunstenaar" — niet alleen talent had, maar ook met dat talent naar buiten bleef komen. Daarna bood ze namens de gemeente alle genodigden een goed glas aan.


woensdag 30 september 2015

0

Nieuwe roman van Eveline Vanhaverbeke


In oktober verschijnt ‘Vergeten dagen’, de derde roman van de Wevelgemse auteur Eveline Vanhaverbeke.

Het is 2015. De gepensioneerde commissaris Gaston kijkt terug op een zaak die plaatsvond in het jaar 1983. Op een zomerdag zijn de tienjarige gehandicapte en zieke zoon van de kasteelheer, de zestienjarige dochter van een advocaat en een veertigjarige professor verdwenen. Ondanks intensief onderzoek heeft de commissaris nooit een aanknopingspunt kunnen vinden. Het enige element dat de drie verdwenen personen met elkaar in verband bracht, was dat ze alle drie aanwezig waren op een feest dat de kasteelheer gaf, de avond voor hun verdwijning.
Naarmate de geschiedenis zich ontvouwt, wordt duidelijk welk gruwelijk drama ten grondslag ligt aan de drievoudige verdwijning.

Eveline Vanhaverbeke schreef eerder ‘De kleur van de sterren’ (2010) en ‘De verborgen prelude’ (2013).
“‘Vergeten dagen’ is het boek dat ik altijd al heb willen schrijven,” zegt Eveline. “Nog voor mijn debuutroman verscheen, had ik een manuscript klaar in dit genre. Ik vertelde er over een dorp waar iemand verdwenen was en waar vele dorpelingen getekend waren door de gebeurtenissen terwijl ze de lippen stijf op elkaar geklemd hielden voor de buitenwereld. Voor ‘Vergeten dagen’ heb ik dat basisidee opnieuw gebruikt, maar ik heb er een totaal ander verhaal rond geweven en de West-Vlaamse mentaliteit van even slikken en daarna zwijgen nog sterker uit de verf doen komen.”

‘Vergeten dagen’ verscheen bij uitgeverij Marmer. Het is verkrijgbaar in de boekhandel en kan ontleend worden in de gemeentelijke bibliotheek.


zaterdag 19 september 2015

0

Stem voor Verborgen parels!


Zin om een verborgen parel te ontdekken?

644 bibliotheekmedewerkers over heel Vlaanderen stemden in juni om uit een longlist een top 25 samen te stellen van boeken die niet de aandacht krijgen die ze verdienen.

Nu ben jij aan de beurt! Van 1 tot 18 oktober kan het publiek stemmen op www.verborgenparels.be.

Je hoeft het boek niet te hebben gelezen, want je kan op 2 manieren stemmen: "Dit boek kende ik nog niet, maar zou ik willen lezen" – "Dit boek heb ik gelezen en is een aanrader."

Alle 25 titels zijn in de hoofdbibliotheek, in filiaal Gullegem én in filiaal Moorsele te krijgen. Een selectie ligt op de bijbehorende boekenstand.

De boeken met de meeste stemmen verschijnen vanaf eind oktober in een gratis en tijdelijke Verborgen parels-app (dus enkel voor tablets en niet voor e-readers), gedurende 3 maanden. Gratis topromans lezen op je tablet, als dat niet mooi is.

De volledige lijst vind je hieronder!



Woesten, Kris Van Steenberge
De buitenkant van meneer Jules, Diane Broeckhoven
Het huis van de moskee, Kader Abdolah
Suikerspin, Erik Vlaminck
Wit is altijd schoon, Leo Pleysier
Joe Speedboot, Tommy Wieringa
De overgave, Arthur Japin
Problemski Hotel, Dimitri Verhulst
Over het kanaal, Annelies Beck
Vlucht, Johanna Spaey
Eén mens is genoeg, Els Beerten
Contrapunt, Anna Enquist
De bewaker, Peter Terrin
Taal zonder mij, Kristien Hemmerechts
Het onverwachte antwoord, Patricia De Martelaere
Meester Mitraillette, Jan Vantoortelboom
De Pruimelaarstraat, Louis Van Dievel
De stiefmoeder, Renate Dorrestein
Paddenkoppenland, Luc De Vos
Hard hart, Ish Ait Hamou
Iris was haar naam, Toni Coppers
De weldoener, P.F. Thomése
Birk, Jaap Robben
Wij, Elvis Peeters
Loerhoek, Bernard Dewulf



dinsdag 30 juni 2015

0

Hype!


De hele vakantie lang prominent in de nabijheid van de romanafdeling: een boekentafeltje met de onverbiddelijke bestsellers... van enkele jaren geleden.

Jawel, van Dan Brown tot Herman Koch: wie in volle hype nooit beslag kon leggen op deze of gene populaire titel omdat die altijd uitgeleend was, kan nu dat gemis goedmaken. Want we zien het vaak genoeg in de bibliotheek: titels die als een raket tot in de hoogste regionen van de boekentop schieten, maar waar na twee jaar geen hond nog naar omkijkt. Terwijl die romans even goed blijven natuurlijk...

dinsdag 16 juni 2015

0

Sprinters zomer 2015

Sprinters zijn titels met actualiteitswaarde (Napoleon), boeken gezien op televisie (De wildernis in) of de bestsellers van het moment (Het hout) die we een kortere uitleentermijn meegeven om de circulatie te verhogen. Iedereen kan ze ontlenen, maar de uitleentermijn is 14 dagen, en niet een maand zoals bij normale boeken. Sprinters kun je verlengen noch reserveren. Het boetetarief bedraagt 0,10 euro per dag (vanaf dag 1).

Elk seizoen komen er nieuwe sprinters bij. Voor de zomer staan deze titels als sprinters gemerkt:


vrijdag 8 mei 2015

0

Leesclub strikt Kris Van Steenberge

De Wevelgemse leesclub heet dan wel leesclub, dat betekent hoegenaamd niet dat het er erg formeel aan toegaat, met lidmaatschappen en verplichte bijeenkomsten. Integendeel, deelnemen is gratis en vrijblijvend. Vijf maal per jaar, telkens op woensdagavond om 19.30 uur in de bibliotheek, wordt er met aanstekelijk enthousiasme gepraat over een door iedereen gelezen roman. Naar aanloop van zo'n avond is het boek ruim op voorhand af te halen aan de balie van de bib.

Voor de afsluiter van dit seizoen, Woesten, heeft de leesclub Kris Van Steenberge kunnen strikken. Dat kan tellen: Van Steenberge won met dit boek de Bronzen Uil, de prijs voor de beste Nederlandstalige debuutroman. Op woensdag 3 juni schuift hij mee aan tafel, vertelt over zijn roman en zijn schrijverschap.

Mis deze buitenkans niet! Meer info hier.

maandag 12 januari 2015

0

Poëzieweek

Donderdag 29 januari is er Gedichtendag. Dat is meteen het startschot van de Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Ook de bibliotheek is die dag - en die week! - iets poëtischer dan anders.

Dit jaar is het thema Met zingen is de liefde begonnen. Niemand beter dan een dichter kan de complexiteit van de liefde bezingen: teder of vol passie, prille vlinders of al duurzame genegenheid, acute vreugde of aanslepend liefdesverdriet. Van middeleeuwse troubadours over rederijkers tot hedendaagse dichters.

Op Gedichtendag krijgen al onze leners 3 poëziepostkaarten naar keuze cadeau. Je kan kiezen uit 10 verschillende postkaarten, met liefdesgedichten uit recente bundels van Paul Bogaert, Hugo Claus, Herman de Coninck, Ellen Deckwitz, Jules Deelder, Christine D’haen, Andy Fierens, Judith Herzberg, Gerrit Kouwenaar en Ilja Leonard Pfeijffer.

Tijdens de poëzieweek maken we luidkeels promotie voor de PoëzieBiebapp die één week lang gratis gedownload kan worden (via iTunes of Google Play). De app geeft iedereen 4 weken lang toegang tot diezelfde tien bundels, van Bogaert tot Pfeijffer.

In de kleine expo Vorm & visie plaatsen we de concrete en visuele poëzie voor het voetlicht. In concrete poëzie worden gevoelens of gedachten niet op de gewone talige wijze uitgedrukt, maar door een bijzondere klank- of grafische vorm te creëren. Bij een vermenging van tekst en grafiek spreken we van visuele poëzie.

In Vlaanderen is vooral Renaat Ramon hiermee bezig; de expo is ook een klein saluut aan het mooie, gelijknamige boek dat hij er laatst over publiceerde.



Is er ook nog de traditionele boekenstand, waarin we zoals elk jaar een lans breken voor de 'echte' dichtbundel: geen bloemlezing, geen best of, geen gelegenheidsverzen, maar de precieuze boekjes met 40 à 50 nieuwe gedichten, zoals die door dichters het liefst worden gepubliceerd en gelezen.

De Herman de Coninckprijs en de VSB Poëzieprijs - respectievelijk de belangrijkste poëzieprijs in Vlaanderen en Nederland - zijn prima aanknopingspunten om die boekenstand te stofferen.

In het tussentijdse juryrapport roemden de jury de kwaliteit van de oogst van deze jaargang. De gezamenlijke shortlist van de beste bundels van het jaar ziet er zo uit:

Thuis van Geert Buelens
Opzichtige Stilte van Leonard Nolens
Liederen van een kapseizend paard van Els Moors
Wij zijn evenwijdig van Maud Vanhauwaert
Wij totale vlam van Peter Verhelst
Vlinderslag van Piet Gerbrandy
Ik trek mijn species aan van Sasja Janssen
Archaïsch de dieren van Hester Knibbe
Mens Dier Ding van Alfred Schaffer

Laatst kreeg de Nederlandse dichteres Anneke Brassinga de P.C. Hooft-prijs 2015 voor haar gehele oeuvre. Ook haar werk zal present zijn, dat spreekt.

dinsdag 23 december 2014

0

Leen een sprinter voor deze winter!

De luwte van de Kerstvakantie is het ideale moment om even bij te lezen. Kies uit onze collectie sprinters, om het oude jaar goed af te sluiten en het nieuwe met panache in te zetten.

Sprinters zijn titels met actualiteitswaarde (Oorlog en terpentijn), boeken gezien op televisie (Kaddisj voor een kut) of de bestsellers van het moment (Kom hier dat ik u kus) die we een kortere uitleentermijn meegeven om de circulatie te verhogen.

Iedereen kan ze ontlenen, maar de uitleentermijn is 14 dagen, en niet een maand zoals bij normale boeken. Sprinters kun je verlengen noch reserveren. Het boetetarief bedraagt 0,10 euro per dag (vanaf dag 1).

Elk seizoen komen er nieuwe sprinters bij. Voor de winter staan deze titels als sprinters gemerkt:


maandag 1 december 2014

0

Rik Vanwalleghem legde publieke biecht af

Zo’n 170 personen woonden op  donderdag 27 november op uitnodiging van de bibliotheek en het cultuurcentrum de openbare biecht van wielerjournalist en auteur Rik Vanwalleghem bij.
Biechtmoeder van dienst was Mieke Dumont (WTV/ Focus) en zij nodigde bevoorrechte getuigen uit om te oordelen.


Gewezen sportleraar Rudiger ‘Tarzan’ Verschoore herinnerde zich Rik nauwelijks, maar Rik blikte met weemoed terug op de goede mix van sport en cultuur in het Sint-Pauluscollege van de jaren ’60.
Samen met jeugdvriend Jan Samyn vormde Rik het dj-duo Piete Kantropus en ze vrolijkten toen fuiven en trouwfeesten op.



Het werd muisstil in de zaal toen Vanwalleghem de hartverscheurende keuze tussen Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen moest maken.



Met persmotard Guy De Vuyst en verzorger Dirk Nachtergaele beleefde Rik vele wieleravonturen die door het publiek gretig werden opgeslorpt.



Ex-schoonbroer Jules Vandevoorde claimde met een pittig verhaal de eer dat hij Rik de liefde voor de koers bijbracht.
Rik knikte en zei dat het goed was.




In januari 2015 ruilt Rik het ouderlijk huis in de Roterijstraat voor een woonst aan de Brugse Reien. ‘Maar ik laat Wevelgem niet los,’ verzekerde hij.
In Oudenaarde werkt hij aan een nieuw concept voor ‘zijn’ Centrum Ronde van Vlaanderen.
En Guy De Vuyst sprak de hoop uit om nog eens de Tour De France te kunnen rijden met Rik achterop de motor.


Lees hier over de wonderjaren van Rik Vanwalleghem.

Foto's: Berno Decherf